23 april 2026
Onderzoek wijst op een verband tussen een stabiel gewicht en een betere overleving, niet met de calorie-inname
• ALS-patiënten kampen vaak met gewichtsverlies, wat in verband wordt gebracht met een slechtere overleving.
• Het behouden van het lichaamsgewicht na het starten met sondevoeding gaat gepaard met een langere overleving bij ALS.
• Een stabiel gewicht na sondevoeding is mogelijk belangrijker voor de overleving dan de aanvankelijke calorie-inname.
Het op peil houden van het lichaamsgewicht na het starten met enterale voeding, of sondevoeding, kan de overleving verlengen bij mensen met amyotrofische laterale sclerose (ALS), zo suggereert een studie in Japan.
In een analyse van 121 patiënten leefden degenen met een kleinere gewichtsafname na het starten met sondevoeding significant langer, ongeacht de calorie-inname op het moment dat de sondevoeding begon, wat suggereert dat “het klinische voordeel van voedingsinterventie bij ALS mogelijk voornamelijk wordt gemedieerd door stabilisatie van het lichaamsgewicht”, schreven de onderzoekers.
Opvallend was dat de wetenschappers geen significante correlatie vonden tussen gewichtsverlies vóór en na het starten van sondevoeding, wat erop wijst dat “voedingsinterventie het verloop van gewichtsverlies kan beïnvloeden.”
De studie, getiteld “Gewichtsbehoud na enterale voeding is geassocieerd met langere overleving bij amyotrofische laterale sclerose,” werd gepubliceerd in het Journal of Neurology.
Gewichtsverlies komt vaak voor bij ALS, vooral bij slikproblemen
ALS wordt gekenmerkt door progressieve spierzwakte die uiteindelijk het vermogen van een persoon om dagelijkse activiteiten uit te voeren belemmert. Na verloop van tijd krijgen de meeste patiënten last van slikproblemen, wat, in combinatie met een hoger energieverbruik en metabolisme, kan leiden tot aanzienlijk gewichtsverlies.
Sondevoeding, waarbij een sonde wordt geplaatst om voedingsstoffen en vloeistoffen rechtstreeks in de maag toe te dienen, wordt veel gebruikt voor voedingsondersteuning wanneer patiënten niet voldoende via de mond kunnen eten. Omdat gewichtsverlies gepaard gaat met slechtere overlevingskansen, is deze aanpak erop gericht het gewicht te stabiliseren en mogelijk de overleving te verlengen bij mensen die aanzienlijk gewicht verliezen.
Het blijft echter onduidelijk of de voordelen van sondevoeding voortkomen uit het vermogen om het gewicht op peil te houden of dat een hogere energie-inname ook een rol speelt.
In deze studie onderzochten onderzoekers in Japan het verband tussen de energie-inname bij de start van enterale voeding en daaropvolgende veranderingen in lichaamsgewicht en overleving bij ALS-patiënten. In totaal werden 121 patiënten, met een gemiddelde leeftijd van 66 jaar bij het begin van de ziekte, tussen 2010 en 2022 ingeschreven in een ziekenhuis in Tokio.
De voedingsstatus werd bepaald aan de hand van de jaarlijkse daling van de body mass index (BMI), een maatstaf op basis van lengte en gewicht, en de energie-inname werd berekend als de som van de orale inname en de inname via een voedingssonde. De totale energiebehoefte werd aanvankelijk door een arts geschat op basis van de mate van motorische beperking, veranderingen in lichaamsgewicht en energiebehoefte.
Gewichtsstabiliteit na sondevoeding gekoppeld aan langere overleving
De BMI van de deelnemers daalde geleidelijk vanaf het begin van de ziekte, maar analyses wezen uit dat degenen met een hogere calorie-inname bij aanvang van de sondevoeding daarna een kleinere afname in lichaamsgewicht vertoonden.
Belangrijk is dat een kleinere afname van de BMI na het starten van sondevoeding geassocieerd was met een significant langere overleving, maar dat de calorie-inname bij aanvang van enterale voeding niet significant geassocieerd was met overleving. Na correctie voor meerdere factoren waren alleen de afname van de BMI na sondevoeding en de verslechtering van de ademhaling vóór de sondevoeding significant geassocieerd met een kortere overleving van de patiënt.
De patiënten werden vervolgens ingedeeld in vier groepen op basis van gewichtsverlies en calorie-inname. De resultaten kwamen overeen met eerdere bevindingen: patiënten bij wie de BMI minder daalde dan de mediaan van 0,8 kg/m² per jaar hadden betere overlevingskansen dan degenen met een grotere afname van de BMI, onafhankelijk van de energie-inname op het moment dat de sondevoeding begon.
Meer specifiek varieerde in deze analyse van vier groepen de mediane overleving na sondevoeding van 1,58 tot 2,67 jaar bij patiënten met een BMI-daling van minder dan 0,8, en van 0,84 tot 1,08 jaar bij patiënten met een grotere BMI-daling.
Volgens de onderzoekers was “het behoud van het gewicht na het starten van enterale voeding (EN) significant geassocieerd met een langere overleving bij patiënten met amyotrofische laterale sclerose”, wat suggereert dat “het monitoren en bereiken van gewichtsbehoud na het starten van EN wellicht belangrijker is voor het verbeteren van de overleving dan het nastreven van een specifieke calorie-inname.”
Vertaling: Ann Bracke
Bron: ALS News Today

