12-03-2026
Amyotrofische laterale sclerose (ALS) en frontotemporale dementie (FTD) behoren tot een spectrum van neurodegeneratieve ziekten met overlappende symptomen, gekenmerkt door spieratrofie, verlamming, dementie en andere ernstige beperkingen. Er zijn momenteel geen effectieve behandelingen. Veel patiënten hebben een gemeenschappelijk kenmerk: een eiwit genaamd TDP-43 klontert samen in de neuronen van de hersenen en vormt kleine klontjes. Onderzoekers van DZNE en het Universitair Ziekenhuis Ulm hebben samen met internationale experts ontdekt dat deze pathologische veranderingen voornamelijk bepaalde cellen aantasten. Hun bevindingen, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications, zouden kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe therapieën.
Voor hun studie onderzocht het onderzoeksteam onder leiding van prof. Karin Danzer hersenweefsel van overleden patiënten met ALS, met een gemengde vorm van ALS en FTD, en van personen die tijdens hun leven geen neurologische symptomen hadden vertoond. Alle monsters waren afkomstig uit de motorische cortex, een hersengebied dat verantwoordelijk is voor de aansturing van bewegingen. In totaal werden neuronen van ongeveer 80 personen in Duitsland, Nederland, Schotland en de Verenigde Staten geanalyseerd met behulp van geavanceerde technieken.
‘’Bij ALS, evenals bij de gemengde vorm van ALS en FTD, komen TDP-43-afzettingen voor in verschillende hersengebieden. De motorische cortex is echter bijzonder relevant voor bewegingsstoornissen, daarom hebben we ons op dit gebied gericht.” Aldus Karin Danzer, onderzoeksleidster bij DZNE Ulm en het Universitair Ziekenhuis Ulm.
De onderzoekers ontdekten dat niet alle neuronen in dit gebied even sterk zijn aangetast. “De eiwitaggregaten komen voornamelijk voor in exciterende cellen, dat wil zeggen in neuronen die dienen om zenuwsignalen over te brengen en te versterken. Deze cellen lijken bijzonder gevoelig te zijn voor de ziekte. Dit fenomeen wordt selectieve kwetsbaarheid genoemd en is al langer bekend in het vakgebied. Bovendien vonden we binnen de aangetaste neuronen vijf subgroepen.” “Elk van deze cellen wordt op een specifieke manier door de ziekte beïnvloed,” legt Danzer uit.
Ziektemechanismen
De bevindingen zijn gebaseerd op het “transcriptoom” van aangetaste neuronen. Deze moleculaire vingerafdruk geeft informatie over welke genen actief zijn in aangetaste cellen en maakt het daarom mogelijk om pathologische processen in verschillende cellen te onderscheiden. Op basis van deze signatuur konden de onderzoekers ook celtype-specifieke veranderingen identificeren. “Onze gegevens bieden inzicht in ziektemechanismen en wijzen zo op mogelijke aangrijpingspunten voor de ontwikkeling van therapieën. Zo kun je bijvoorbeeld zien hoe de activiteit van bepaalde genen verandert afhankelijk van het celtype. De observatie dat niet alle neuronen in gelijke mate worden aangetast, suggereert dat toekomstige therapieën moeten worden afgestemd op specifieke celtypen om de ziekte effectief te bestrijden,” aldus Danzer.
Vertaling: Gerda Eynatten-Bové
Bron: DZNE – Duits Centrum voor Neurodegeneratieve Ziekten

