11 februari 2026
Welkom bij de presentatie van Charilaos Chourpiliadis van zijn proefschrift ”Een nieuwe evaluatie van mogelijke risico- en prognostische factoren voor amyotrofische laterale sclerose”.
Waar gaat het proefschrift over?
Aan de hand van gegevens uit Zweedse nationale en kwaliteitsregisters hebben we onderzocht hoe cardiometabole aandoeningen, levensstijlfactoren, geestelijke gezondheid en sporenmetalen zowel het risico op het ontwikkelen van ALS als het verloop na de diagnose beïnvloeden.
Kunt u ons iets vertellen over enkele interessante resultaten?
Mensen die later ALS ontwikkelden, hadden minder vaak jaren eerder de diagnose type 2-diabetes of een hoog cholesterolgehalte gekregen. Tegelijkertijd vertoonden personen met hart- en vaatziekten, zodra de diagnose ALS was gesteld, doorgaans een snellere ziekteprogressie en een kortere overleving. We identificeerden ook verschillende subgroepen van ALS-patiënten: degenen die ouder waren, bij de diagnose een slechtere fysieke functie hadden en meer cardiometabole aandoeningen hadden, deden het in de loop van de tijd het slechtst.
Een hogere BMI op de lange termijn tijdens de volwassenheid was consistent gekoppeld aan een lager risico op het ontwikkelen van ALS, en onder patiënten ging een hogere BMI gepaard met een betere overleving. Daarentegen was roken – met name zwaar roken – sterk gekoppeld aan slechtere uitkomsten na de diagnose.
Geestelijke gezondheid bleek een andere belangrijke factor te zijn. Mensen die eerder veelgebruikte psychiatrische medicijnen hadden gebruikt, zoals antidepressiva of angstremmende middelen, hadden een grotere kans om op latere leeftijd de diagnose ALS te krijgen, en onder ALS-patiënten hadden zij een slechtere prognose. Deze bevindingen wijzen erop dat symptomen van geestelijke gezondheid mogelijk deel uitmaken van het vroege ziekteproces of wijzen op gemeenschappelijke biologische mechanismen met ALS.
Ten slotte hebben we de metaalconcentraties in haarmonsters onderzocht. Hoewel hogere concentraties van deze metaalmengsels niet duidelijk in verband werden gebracht met een slechtere overleving, kunnen ze wel verband houden met vatbaarheid voor de ziekte, vooral bij genetisch kwetsbare personen.
Welk verder onderzoek is er op dit gebied nodig?
ALS vertegenwoordigt een constellatie van verschillende klinische fenotypes. Het clusteren van patiënten op basis van deze fenotypes en van genetische, omgevings-, radiologische en opkomende multi-omische factoren (bijv. microbioom en proteomica) zou de heterogeniteit van de ziekte effectiever kunnen aanpakken en kan helpen bij het identificeren van specifieke pathofysiologische “signalen” die ten grondslag liggen aan verschillende ALS-subtypes.
Vertaling: Ann Bracke
Bron: Karolinska Institutet

