Jan Plessers – 24 jaar

← ga terug naar Getuigenissen pALS

Als nieuwe medewerker aan de Nieuwsbrief van de ALS Liga ging ik mijn eerste gesprekspartner interviewen in Lommel. Sinds mijn schoonvader in de jaren negentig de ziekte kreeg, was ik niet meer in contact gekomen met een ALS patiënt. Maar tijdens ons gesprek troffen me de overeenkomsten in houding, manier van spreken en ook de levensvisie: dankbaar zijn om wat nog kan en hoopvol blijven. Jan spreekt vrijuit over de symptomen en de behandeling maar hij legt vooral de nadruk op de band met familieleden en vrienden die hem steunen in zijn strijd. De vader van Jan verduidelijkte wat Jan wou zeggen aangezien Jan moeilijk kon spreken.

In een rustige buitenwijk in Lommel woont de 24-jarige Jan Plessers met zijn ouders en broer. Sinds april 2005 weet Jan dat de genadeloze ALS de kracht in zijn spieren afbreekt. Bij deze jonge, beloftevolle voetballer kwam de slag hard aan. Na enkele maanden zocht hij zijn heil in Peking waar de omstreden dokter Huang met stamceltherapie de ziekte probeerde te stabiliseren. Driemaal reisde Jan naar Peking, voor twee behandelingen en een controle. Maar na een korte periode waarin hij zich beter voelde en de bewegingen wat vlotter gingen, knaagde de ziekte verder. Jan wordt in België behandeld door de Leuvense professor Robberecht. Die was geen voorstander van het bezoek aan de Chinese dokter omdat zijn resultaten niet wetenschappelijk bewezen zijn en er te veel risico’s aan verbonden zijn. Maar Jan heeft geen spijt dat hij de kans waagde omdat hij nu weet dat hij alles geprobeerd heeft wat mogelijk was. Jan wil vooral een zo normaal mogelijk leven leiden. Zijn kamer is knus ingericht met een breed ligbed, enkele rekken boordevol dvd’s, een computer en een prachtig aquarium met tropische vissen. In de veranda staat de jacuzzi waarin hij dagelijks zijn spieren laat ontspannen. Jan heeft een uitgebreide kring van vrienden die hem steunen en meenemen in de buitenwereld. Met zijn vrienden praat hij liever niet over zijn ziekte. Hij wil het met hen vooral hebben over muziek, films en zijn geliefde voetbalsport. De pc is voor hem onmisbaar. Daarmee kan hij chatten met vrienden over zijn gevoelens, pokeren, e-mailen en de wereld via internet in zijn kamer binnen halen. Ondanks de verlamming in armen en benen en het moeizame spreken is Jan positief ingesteld. “Ik heb het niet moeilijk, alles lukt.” Zegt hij. Met de zorg van zijn moeder die verpleegster van beroep is en een toegewijde vader maakt hij er het beste van.

 

Bron: Nieuwsbrief 143 – januari, februari, maart 2009

Share