Verband tussen gewichtstoename, hoge BMI en lager risico op ALS

11-07-2019

Samenvatting: Overgewicht is niet goed voor je algemene gezondheidspeil, maar onderzoekers ontdekten een verband tussen een hogere body mass index (BMI) en een gereduceerd risico op ALS. Mensen met een BMI die duidt op zwaarlijvigheid liepen 31% minder risico op ALS, terwijl dat bij mensen met overgewicht 18% was.

Bron: AAN

Mensen met een hoge body mass index (BMI) of die aankomen naarmate ze ouder worden, lopen mogelijk minder risico op amyotrofische laterale sclerose (ALS). Dat blijkt uit een grote studie die verscheen in de online editie van 26 juni 2019 van Neurology.

ALS is een zeldzame, progressieve neurodegeneratieve ziekte die zenuwcellen in de hersenen en het ruggenmerg aantast. Mensen met ALS verliezen het vermogen spierbewegingen uit te voeren en te controleren, wat vaak leidt tot verlamming en de dood. De gemiddelde levensverwachting na diagnose bedraagt twee tot vijf jaar.

BMI is een maatstaf van de lichaamsomvang van een persoon en is gebaseerd op lengte en gewicht. Mensen lijden aan ondergewicht als ze een BMI hebben die lager is dan 18,5 kg/m², zijn gezond als dat tussen de 18,5 en 24,9 ligt, kampen met overgewicht als de BMI 25 tot 29 bedraagt en zijn zwaarlijvig met een BMI van 30 of hoger.

"Het is belangrijk op te merken dat onze studie dan wel een link heeft vastgesteld tussen een hoge BMI en een lager risico op ALS, maar dat het mogelijk is dat iemand genetische aanleg heeft voor zowel een lage BMI als een hoger risico op ALS zonder dat het één het ander veroorzaakt", zegt studieauteur Ola Nakken, MD, van de Universiteit van Oslo in Noorwegen.

"Men moet de resultaten van onze studie niet interpreteren als een suggestie dat gewichtstoename ALS kan voorkomen. De gezondheidsrisico's van een hoge BMI zouden trouwens groter zijn dan het beschermende effect.”

Voor de studie namen de onderzoekers een Noorse databank onder de loep die BMI-metingen bevat voor de meeste mensen die in Noorwegen leefden tussen 1963 en 1975. De studie ging over zo'n anderhalf miljoen mensen, van wie er 2.968 later ALS kregen binnen gemiddeld 33 jaar. Veel mensen in de databank namen ook deel aan opvolgingsenquêtes over hun levensstijl en gezondheid, waaronder veranderingen qua gewicht.

De onderzoekers stelden vast dat voor elke toename met vijf punten van de BMI vanaf het lage tot normale BMI-bereik, er vanaf het begin tot het einde van de studie een 17% lager risico bestond om later ALS te krijgen. Van de 468.853 mensen in het lage tot normale bereik kregen er 1.002 ALS, oftewel 0,21%. Van de 139.158 zwaarlijvige mensen kregen er 182 ALS, dat wil zeggen 0,13 percent.

Na 50 jaar liepen de deelnemers een 31% lager risico op ALS voor elke toename met vijf punten van de BMI.

De onderzoekers stelden ook vast dat mensen met een BMI in het zwaarlijvigheidsbereik bij de start van de studie 34% kans minder kans op ALS hadden vergeleken bij mensen binnen het lage tot normale BMI-bereik, en mensen met een BMI in het overgewichtbereik liepen 18% minder risico.

De deelnemers die het meest waren aangekomen liepen 37% minder risico op ALS dan diegenen die niet aankwamen of die vermagerden.

BMIBMI is een maatstaf van iemands lichaamsomvang, gebaseerd op lengte en gewicht. Mensen lijden aan ondergewicht als ze een BMI hebben die lager ligt dan 18,5 kg/m². zijn gezond als dat tussen de 18,5 en 24,9 ligt, kampen met overgewicht met een BMI van 25 tot 29 en zijn zwaarlijvig met een BMI van 30 of meer. De afbeelding bevindt zich in het publieke domein.

De resultaten bleven hetzelfde nadat rekening werd gehouden met rookgedrag, cholesterolniveaus en fysieke activiteit.

"Hoewel sommige gevallen van ALS genetisch zijn, lijken de meeste gevallen geen genetische oorzaak te hebben, en steeds meer bewijsmateriaal suggereert dat er een verband zou kunnen bestaan tussen een snel metabolisme, dat kan leiden tot een lage BMI, en ALS", zegt Nakken. "Er is veel meer onderzoek nodig om het verband tussen BMI en ALS bloot te leggen."

Een beperking van de studie was dat de meeste deelnemers blank waren. De resultaten zouden anders kunnen uitvallen voor andere populaties.

 

Vertaling: Bart De Becker

Bron: Neuroscience News

Share