‘Nog grote kennisleemte te vullen over proefdieren’

09-11-2018

INTERVIEW “In de opleiding tot arts, biomedisch wetenschapper,… kunnen we niet vroeg genoeg aandacht besteden aan wat verantwoord wetenschappelijk onderzoek met en zonder dieren betekent”, stelde de Nederlandse hoogleraar Jan-Bas Prins een tijd geleden. Hoe denken professoren Peter Brouckaert en Katleen Hermans (UGent) erover? Een gesprek met twee Vlaamse experten.

Ondanks protest van dierenliefhebbers en -activisten, en de technologische en wetenschappelijke vooruitgang, gebruiken onderzoeksinstellingen en bedrijven nog altijd dieren in wetenschappelijk onderzoek. “In principe is volledig dierproefvrije toxicologie op termijn mogelijk. Maar proefdieren zullen voorlopig wel nodig blijven in zogenaamd ontdekkingsonderzoek”, zegt prof. Peter Brouckaert. Hij is arts van opleiding en sinds 30 jaar actief in onderzoek naar toepassingen van biotechnologie en moleculaire levenswetenschappen in de behandeling van ziekten aan UGent en VIB. Samen met prof. Katleen Hermans (dierenarts en docent proefdierkunde UGent, voorzitter ethische commissie faculteiten diergeneeskunde en bio-ingenieurswetenschappen) geeft hij regelmatig lezingen over en neemt hij deel aan debatavonden over het nut van proefdieronderzoek. Beiden zijn ook lid van de Vlaamse Proefdierencommissie.

Veel producten waar de artsen van morgen mee zullen werken zijn tot stand gekomen door proefdieronderzoek. Hoort een vak ‘proefdierkunde’ standaard tot het lessenpakket van de geneeskundestudent?

Katleen Hermans: Het zit in het cursusaanbod van de doctoraatsopleiding binnen geneeskunde. In de master is het een keuze vak in de afstudeerrichting ziekenhuisarts. Wie het vak succesvol heeft afgerond, is wettelijk in orde om een dierproef op te stellen, te leiden en uit te voeren. Of zo’n vak verplicht zou moeten worden? In het algemeen is het zo dat de opleiding geneeskunde – diergeneeskunde ook – al overvol zit. Ergens moet er dus een keuze gemaakt worden welke vakken ‘verplicht’ zijn en welke keuzevakken.

Maar betekent dat dat je studenten of artsen niet moet sensibiliseren over het hoe en het waarom van dierproeven in een wetenschappelijke context?

KH: Neen, dat klopt. Het beeld dat mensen over proefdieren hebben strookt immers niet altijd met de werkelijkheid. Een voorbeeld, ik gaf gisteren (interview is afgenomen in het begin van het academiejaar, nvdr) mijn eerste les in de richting Dierenzorg en stelde de studenten de vraag voor welke doeleinden proefdieren de dag van vandaag worden gebruikt. Het eerste antwoord luidde cosmetica. Terwijl het in Europa al jaren verboden is om proefdieren in te zetten voor cosmeticatesten. Er is zeker een grote kennisleemte te vullen, niet alleen bij studenten maar ook bij de algemene bevolking.

Peter Brouckaert: Waarom nemen we de leerstof ‘proefdierkunde’ niet op in een soort breder maatschappijvak? Want met kennis komt inzicht. Bepaalde onderzoeksvragen kunnen we niet beantwoorden zonder proefdieren in te zetten. Dat betekent niet dat alles zomaar kan.

De berichtgeving over dierproeven is lang gedomineerd geweest door criticasters die een veelal eenzijdig en negatief beeld ophangen van dierproeven. Die meningen mogen er zijn, en mogen wat mij betreft ook gerust opgenomen worden in zo’n vak. Ongetwijfeld zullen er slechte proefdierpraktijken bestaan, maar dat is niet de standaard. Wetenschappers moeten op een zorgvuldige, zorgzame manier met dieren omgaan. Ze moeten elke dierproef ook kunnen verantwoorden. Je merkt het, we hebben heel wat te vertellen, maar al deze argumenten laten zich niet zo makkelijk samenvatten in een oneliner (lacht).

Vaststaat is dat onderzoeksinstellingen en bedrijven die dierproeven uitvoeren daar nu opener en transparanter over zijn, er wordt meer gecommuniceerd naar de buitenwereld. Vroeger bleef men eerder onder de radar uit angst voor ecoterrorisme.

Het gebruik van dieren voor biomedisch onderzoek is zinvol en noodzakelijk, zeggen jullie. Is er om te oordelen over de zinvolheid van dier proeven ervaring nodig in geneesmiddelen - onderzoek? Met andere woorden kan je dat inzicht aanleren in een opleiding?

KH: Eerst en vooral moeten studenten weten dat bepaalde dierproeven in geneesmiddelenonderzoek wettelijk verplicht zijn.

Om te begrijpen hoe bepaalde processen

in een lichaam werken, en welke mechanismen aan de grondslag liggen van ziekten worden naast proefdieren ook bioinformatica, in vitro-technieken, en onderzoek in mensen aangewend. Tussen al deze manieren van werken is er een continue wisselwerking. De vraag of een dierproef nodig, en dus zinvol is om een bepaalde onderzoeksvraag te beantwoorden, kan je vaak slechts beantwoorden door al de stukjes van de puzzel en de expertise van verschillende wetenschappers – artsen, dierenartsen, ingenieurs – samen te leggen.

Het zijn uiteindelijk de ethische commissies die de zinvolheid van een dierproef beoordelen door middel van zogenaamde schade-batenanalyses.

Jullie kaartten het reeds aan: een tijd lang was er veelal eenzijdig negatieve ‘publiciteit’ over dierproeven. Laten artsen zich doorgaans positief genoeg uit over dierproeven?

PB: Artsen, en dan vooral clinici, spreken heel weinig over dierproeven omdat ze dit als een gegeven beschouwen dat niet ter discussie staat. Via de beroepsverenigingen zouden we ze meer moeten kunnen betrekken bij de publieksvoorlichting, zodat we mensen ook via deze weg duidelijk kunnen maken dat de mogelijkheden in de kliniek niet zo ruim zouden zijn zonder dierproefonderzoek.

Heel wat artsen voeren tijdens hun doctoraat basisonderzoek uit maar keren nadien terug naar de kliniek en klinisch onderzoek. Eigenlijk zijn zij het best geplaatst om de link tussen dierproeven en de kliniek te duiden.

Moeten we patiënten meer bewust maken?

KH: Veel patiënten staan er inderdaad niet bij stil dat de geneesmiddelen die ze innemen getest zijn op proefdieren. Als dat besef doordringt, schrikken ze steevast. In de buurlanden valt het op dat sommige patiëntenorganisaties open communiceren over de zinvolheid van dierproefonderzoek. In België vind je op de website van de ALS-liga informatie terug over dierproefonderzoek. Via hun fondsenwerving steunen zij ook een deel van het proefdieronderzoek. Of een melding in de bijsluiter van geneesmiddelen het bewustzijn zou kunnen vergroten? Ja, of zelfs op de verpakking. Nu is er helemaal geen melding opgenomen.

Emily Nazionale

 

Bron: Artsenkrant

Share